De Dijk

Volgens raadslid Jo Coerwinkel is het erg moeilijk is om de Ooijse Bandijk af te sluiten en wagen de meeste Ubbergse politici zich daar niet aan. Waarom is dat toch?

De Dijk

Als er een onderwerp is dat in de gemeente Ubbergen veel emoties losmaakt, dan is dat De Dijk. Dat wil zeggen, praten over een mogelijke afsluiting van De Dijk. De Ooijse Bandijk, om precies te zijn.

Met de eerste zonnestralen in het voorjaar verschijnen in De Gelderlander ook weer de ingekomen brieven over de vraag waarom De Dijk niet kan worden afgesloten, omdat fietsers en wandelaars van de sokken worden gereden door automobilisten en motorrijders. Want met mooi weer is het hartstikke druk op De Dijk. In de gemeenteraad van Ubbergen durft niemand het D-woord in de mond te nemen. Bang dat er onder de burgers en boeren een opstand uitbreekt.

Vorig jaar, kort voor de verkiezingen voor een nieuwe gemeenteraad, was er in het dorp Ooij een verkiezingsavond, georganiseerd door de jonge boeren. Toen de discussieleider van het panel (zelf een grote boer uit Ooij) opperde, dat het gevaar bestond dat die radicale rooie studenten van GroenLinks uit Nijmegen De Dijk zouden kunnen overnemen, stond er iemand uit het publiek op en riep: “Als dat gebeurt, bel je ons maar gauw op.  Dan komen wij met de hele schutterij en slaan die gasten zo van de dijk.” Ja, zo hoor je ze niet vaak meer.

Onlangs werd er in de nieuwe havo in Ubbergen ook weer gepraat over een mogelijke afsluiting van De Dijk, om daarmee ruimte te geven aan de recreant die in de Ooijpolder van de natuur wil komen genieten. En ook toen laaiden de emoties weer hoog op. Wat je dan hoort, zijn opmerkingen als: die dijk is van ons, die stadse moeten maar mee betalen voor onze natuur, als wij in de stad komen, moeten we ook overal voor betalen.

De gemeente Ubbergen schrijft in de Structuurvisie dat zij met name de rustzoekende recreant wil aantrekken. Moet ze er wel voor zorgen, dat de boeren en schutters binnen blijven, anders maken alle fietsers en wandelaars rechtsomkeert. En dan kunnen wij fluiten naar hun centen. Want die willen we natuurlijk wel graag hebben.